
In het kader van de bezuinigingen ligt, opnieuw, de basisbeurs als ‘onbetaalbaar geworden luxevoorziening’ onder vuur. Studenten moeten maar lenen, zo heet het. Maar dat is Haags wensdenken dat losstaat van de realiteit. Het zal ertoe leiden dat velen ofwel niet eens aan een studie beginnen ofwel nog tijdrovender bijbaantjes nemen, zodat de kwaliteit van het onderwijs nog verder achteruitholt.
De studiefinanciering heeft namelijk zowel een principiële als een praktische kant. De principiële is tweeërlei. Ten eerste: is de studie slechts in het eigenbelang van de student, of eveneens in het belang van de samenleving, zodat die het studeren ook financieel faciliteren moet?
Druk
De politieke nadruk die in het kader van de ‘kenniseconomie’ wordt gelegd op
‘hoger onderwijs voor velen’ wijst op het tweede, want als de financiële
barrières te hoog worden, zijn er straks te weinig studenten.
Ten tweede: moet een studiebeurs beschikbaar zijn voor iedereen, of alleen voor degenen wier ouders de studie anders niet kunnen betalen? Dat is een principiële vraag, want normaliter worden de ouders van 18-plussers niet meer voor hun kroost verantwoordelijk geacht. Dat betekent dat bij een dergelijke beperking van de studiebeurs van een fundamenteel uitgangspunt van gelijke behandeling afgeweken wordt.
Wie iets wil afschaffen, moet zich bovendien eerst afvragen waaraan met de instelling ervan ooit een einde werd gemaakt. Dat was onder meer de onvermijdelijke jacht door sommige studenten-in-spe van gescheiden ouders op onvindbare of betalingsonwillige vaders, met wie sinds jaren het contact verbroken was en uit wie dan na pijnlijke taferelen de uitdrukkelijke verklaring geperst moest worden dat zij inderdaad niets wensten te betalen.
Afhaken
Dan het praktische punt. Als alternatief wordt nu het sluiten van hoge
leningen geopperd – dat doen ze in Amerika en Engeland immers ook. Alleen:
dat doen Nederlanders niet. Bij het wegvallen van de beurs zul je er velen
dan echt letterlijk toe moeten dwingen, en in dat geval haken grote
aantallen beslist af.
De praktijk in Nederland: veel studenten lenen niet of nauwelijks, maar werken bij. Dat is bij ons de gangbare oplossing voor een dreigend studentikoos financieringstekort. Daarbij gaat het allang niet meer om een zaterdagavondje in een café, maar om een reguliere bijbaan van een halve week.
Wie als docent met een student op een doordeweekse dag een afspraak wil maken, krijgt vaak te horen: dan kan ik niet – niet vanwege een ander college, maar vanwege werk. Niet toevallig is de aanwezigheidsplicht bij werkgroepen en hoorcolleges vaak al noodgedwongen afgeschaft. Daaronder lijdt de studie: een op een volledige werkweek berekend programma moet in de halve tijd worden gedaan. Dat kunnen alleen de allergeniaalsten.
Output
Gevolg: slechte cijfers. En dus neerwaartse aanpassing van de normen, onder
druk van het universiteitsmanagement dat met het oog op de fameuze lijstjes
alleen maar naar de output kijkt en hoge cijfers voor topkwaliteit verslijt.
Waar het huidige universitaire onderwijs, als gevolg van een kwart eeuw bezuinigingsafbraak en reductie van de studieduur tot een schamele paar jaar, toch al steeds verder is gedevalueerd, is het eindresultaat geen Harvard aan het Katwijks Diep, maar een veredeld mbo waar eerst nog de gigantische lacunes van het voortgezet onderwijs moeten worden weggewerkt.
Het is een van de vele gevallen waarin de Haagse werkelijkheid haaks op de buiten-Haagse staat. Als gevolg van een systeem dat theoretisch steeds meer is gebouwd op hoge leningen die in de praktijk nauwelijks iemand afsluit, wordt de universitaire docent gemangeld tussen de student die voor zijn studie geen tijd heeft en de manager die hoge slagingspercentages wil.
Waarde
Als men toch de studiebeurs beperken wil zonder de waarde van het
universitaire diploma aan te tasten, betekent dat van tweeën één. Ofwel de
student wordt verplicht voor het leeuwendeel van zijn tekort een lening af
te sluiten en komt anders de universiteit niet meer in. Ofwel er wordt niet
meer gezeurd over slagingspercentages en studievertraging.
Dat zou in de praktijk betekenen dat ongeveer alle bedillerige universiteitsmanagers die vanwege inhoudelijke incompetentie kwantiteit met kwaliteit verwarren, meteen voor altijd de Alma Mater uit gejaagd zouden moeten worden.
Academici kunnen via een nieuw opleidingsprogramma van overheid en ...
Bijzondere scholen zijn tegen het plan van de minister Van ...
Van alle 157 duizend leerlingen van groep 8 die dit jaar de Citotoets ...