
Dr. Ewald Engelen doet met zijn boekje Milde meritocratie, een onderwijsagenda voor de 21e eeuw een poging het huidige onderwijs nieuwe handvatten te bieden. Daar is volgens de auteur wel wat voor nodig; een grondige herziening van het onderwijsstelsel, waarbij een leerling tot en met zestien jaar nog niet wordt lastiggevallen met carrièrestappen en beroepskeuzes.
Ewald Engelen is het schoolvoorbeeld van iemand die pas op late leeftijd ontdekte wat hij wilde en kon. Hij was een typische ‘hakken-over-de-sloot’-havist en het zou tot zijn dertigste duren voor hij besloot om zijn ‘kennisbagage’ te vergroten aan de Universiteit van Amsterdam als student Wijsbegeerte. Inmiddels is Engelen cum laude afgestudeerd en gepromoveerd en geeft hij nu zo’n 15 jaar les aan de UvA. Hij doet onderzoek naar de recente geschiedenis en toekomst van de financiële dienstverlening in Amsterdam. De Waterlandstichting (een links-liberale denktank onder voorzitterschap van socioloog Dick Pels) gaf het pamflet Milde meritocratie uit, een visie op onderwijs omdat "het belang van goed en toegankelijk onderwijs voor het Nederland van de 21ste eeuw niet voldoende kan worden benadrukt".
Voor de duidelijkheid: een meritocratie is een maatschappij waarin positie niet meer door afkomst wordt bepaald, maar door capaciteiten. Engelen gaat in zijn pamflet uit van een aantal conclusies in het hoofdstuk Wat nu?. Zo luiden de conclusies: Zet in op vroegschoolse educatie, stop met selectie op 12-jarige leeftijd, maak van basisscholen ‘ontplooiingscentra’, bestrijdt schooluitval met schoolterugkeer, stimuleer differentiatie in het hoger onderwijs en maak de staat verantwoordelijk voor de ontplooiing van alle kinderen van 1 tot 16 jaar.
'CITO-toets wordt te belangrijk gevonden'
Aanleiding voor de eerste conclusie is Engelens opvatting dat er nu nog te veel gehecht wordt aan gestandaardiseerde eindniveaus in het basisonderwijs. ‘De CITO-toets wordt als te belangrijk ervaren, terwijl de toets eigenlijk twee smalle cognitieve dimensies meet. De laatste drie jaar van het basisonderwijs wordt volledig gefocust op die toets. Het vervolgonderwijs kijkt nu vaak alleen nog naar de resultaten van de CITO-toets en veel minder naar het oordeel van de docent. Maar zo’n score is te eenduidig, het zegt weinig over de kennis van een leerling.’
Toch is zo’n “cijfercultuur” niet voor niets. Ook op de middelbare school wordt er – ook door ouders – naar de cijfers van het Centraal Schriftelijk Examen gekeken. Of het nou een sociale leerling is of niet, het gaat om de cijfers die op de uitdraai verschijnen. ‘Ik heb ook niets tegen toetsresultaten die je kwalificeert met een cijfer. Het kan juist heel handig zijn. Maar het moet wel in verhouding zijn. Van een twaalfjarige kan je nog niet verwachten dat hij een toets maakt die voor de rest van zijn leven verregaande gevolgen heeft, zoals nu wel het geval is.’
Predikaat middenschool
Met gemengde gevoelens keek Engelen dit weekend naar het tv-programma Buitenhof. Te gast waren onderwijssocioloog Maurice Krul, eveneens van de UvA en tweedekamerlid voor de VVD, Ineke Dezentjé Hamming. De discussie die zij voerden, ging over de suggestie die Minister Plasterk onlangs deed, dat selectie voor het onderwijstype misschien later moest gebeuren. Alle partijen, met uitzondering van GroenLinks en D66, waren fel tegen dit standpunt. ‘Het standpunt van de VVD, dus vóór een vroege selectie, staat haaks op de uitgangspunten van het liberalisme. Zodra je zegt dat je een brede school wilt, wordt onvermijdelijk het predikaat “middenschool” opgeplakt. Maar ik pleit voor een ruim aanbod van de leerstof voor leerlingen tot zestien jaar in een mild en genereus klimaat. Waarom zou je ze voor die tijd al hun blik vernauwen door ze één richting op te sturen?’
Leerlingen op een havo of vwo kiezen op school een profiel, niet zozeer een baan. Op het vmbo kiezen leerlingen in het derde jaar voor een bepaalde sector waar ze zich in specialiseren. Is dat zo vreemd? Op je veertiende weet je toch ook al of je al dan niet liever bakker wilt worden dan hersenchirurg? ‘Het gaat er mij om dat een leerling tot zijn zestiende in elk geval de kans krijgt zich te ontplooien, niet dat hij tegen heug en meug een opleiding kiest omdat we dat van hem verlangen.’
Even naar de huidige situatie kijken. Als iemand niet al te theoretisch is ingesteld, wat heeft hij dan op zijn zestiende aan een diploma op zak van een brede school? Is een praktijkschool dan niet veel beter voor hem? ‘Momenteel ontzeggen we teveel leerlingen de kans om te leren. De arbeidsmarkt verandert voortdurend. Een beetje inventieve hoger opgeleide komt er wel, maar als iemand nu laaggeschoold is en maar in één praktisch vak uitblinkt en verder niets gedaan heeft, hebben we weinig aan hem als arbeidskracht.’
'Stop de certificering'
Sympathie en bijval ontvangt de Amsterdammer vanuit het onderwijsveld, maar ook kritiek. Aleid Truijens schreef op 28 oktober in de Volkskrant in haar betoog: ‘De creatieve ontplooiingsschool zal desastreus uitpakken voor jongens, achterstandskinderen en bèta’s, met als gemene deler de Marokkaanse jongens, nu al de meest kansloze groep. [¿] Dat vind ik pas hardvochtig. Wie munten er uit op sociaal en cultureel gebied? De kinderen uit de elite, die van jongsaf zijn opgevoed in communicatief en coöperatief gedrag, die jarenlang naar kindertoneel zijn meegesleept. Sociale criteria zijn wrede criteria. Bij rekenen kun je ook meedingen als je ouders analfabeet zijn. Een Cito-score die onverwacht hoog uitvalt, kan dan je redding betekenen. Zo werkt een echte meritocratie.’
Engelen doet in zijn boek enkele opvallende uitspraken: ‘Waarom moet je een agrarische opleiding hebben gevolgd om boswachter te worden? Waarom moet je een akte bezitten om les te kunnen geven? Waarom is het onmogelijk om de vereiste vaardigheden on the job op te doen? Stop de certificering van de Nederlandse arbeidsmarkt!’ Als reactie hierop zegt Engelen desgevraagd: ‘Ik pleit niet voor afschaffen van certificeren; ik constateer dat de certificering is doorgeschoten en pleit voor het behoud van certificaatvrije economische activeiten, zoals de journalistiek.’ Maar zijn de “intellectueel minder bedeelden” hier niet de dupe van? Engelen kan niet genoeg benadrukken dat juist kennis wel belangrijk is, maar niet slechts beperkt moet zijn tot “meetbare” gegevens. ‘Je moet alle talenten kunnen aanspreken. Ook sociale intelligentie en filosofische vaardigheden komen daarbij kijken.’
EscenicId: 735079
Academici kunnen via een nieuw opleidingsprogramma van overheid en ...
Bijzondere scholen zijn tegen het plan van de minister Van ...
Van alle 157 duizend leerlingen van groep 8 die dit jaar de Citotoets ...
Voor veel islamitisch studenten zijn de plannen om de ...
De universiteiten overleggen over mogelijke alternatieven voor de ...