Het schooljaar loopt op z’n einde. Misschien niet in de beleving van de leerlingen, maar wel in lesuren. Niet de meest fijne periode om les te geven. Docenten hebben het helemaal gehad met sommige klassen, klassen hebben het helemaal gehad met sommige docenten.
|
Addy Verschuren (34) is docent geschiedenis en maatschappijleer op het St. Michaël College in Zaandam. Hij is ook mentor en leerlingbegeleider. Foto: Marieke Wijntjes |
Het schooljaar loopt op z’n einde. Misschien niet in de beleving van de leerlingen, maar wel in lesuren. Niet de meest fijne periode om les te geven. Docenten hebben het helemaal gehad met sommige klassen, klassen hebben het helemaal gehad met sommige docenten. En de leerlingen in de klassen kunnen weinig invloed meer uitoefenen op de resultaten op hun rapport. Iets wat hun motivatie niet ten goede komt. En dan wordt het ook nog lekker weer.
Kortom, niet de meest energieke periode in een schooljaar. Leerlingen doen niet meer wat ze moeten doen. Misschien is het dan ook niet verwonderlijk dat ik deze vrijdag voor het eerst boos was. U fronst uw wenkbrauwen nu wellicht. Natuurlijk heb ik dit schooljaar al heel vaak boos zijn gespeeld. Maar dat is iets heel anders dan daadwerkelijk boos zijn.
Als docent moet je authentiek zijn, anders prikken de leerlingen door je gemaakte “ik” heen, en dan ben je de sigaar. Maar authentiek of niet, als het gaat om orde handhaving moet je ook wat acteer werk verrichten. Als je bepaald gedrag niet wil in de les, moet je verbaal en non-verbaal laten horen en zien dat je het écht niet wil. Dan ben je dus “boos”.
Maar elk schooljaar zijn er ook momenten dat je het niet meer speelt. Dat je echt boos bent. Dit jaar had ik het nog niet meegemaakt en het is jammer dat het nu toch weer een keer gebeurd. Het is namelijk zeer onprettig om echt boos te zijn. Het kost een heleboel energie, en ook na je boos zijn moet de les verder. Als ik boos speel, kan ik in de volgende zin weer een compliment geven aan een leerling maar als ik echt boos ben word dat moeilijker. Dan vind ik leerlingen niet meer leuk, en lesgeven niet meer fijn. Kortom, dan word er heel veel gevraagd van mijn professionele handelen. Wat op zo’n moment ook echt heel veel energie vraagt.
Het vreemde is, ik zie het niet aankomen. Ook niet nu ik al tien jaar voor de klas sta. De in de eerste alinea weergegeven lusteloze sfeer is niet nieuw voor me. En daar stoor ik me dan aan. Maar dan bedenk ik me dat het allemaal wel begrijpelijk is, en ook niet zo ernstig. Meestal is dat dan genoeg om de irritatie weg te relativeren.
Blijkbaar neem je toch steeds een stukje irritatie mee. En dat moet er dan toch een keer uit. Dus ontplofte ik nu. De klas schrok, en ik ook. Gelukkig heb ik nog 3 lesuren met deze klas. Hoeven we zo niet het school jaar te eindigen.
Lesgeven is het leukste wat er is. Dat zou je niet altijd zeggen als ...
Hoe toets je of studenten met Excel functionaliteiten kunnen werken? ...