
Wat doe je met leerlingen die er een potje van maken? Straffen helpt vaak niet. Dan maar belonen voor wat ze wél goed doen? Met beide methoden kan succes worden geboekt, betogen betrokkenen.
Er wordt te weinig gestraft of met te zware straffen, vindt orthopedagoge Astrid Boon (57). Recentelijk pleitte Boon in een ingezonden stuk in de Volkskrant voor de herinvoering van ouderwetse strafregels: ‘Een goede straf moet vele uren zwoegen en vreselijk balen inhouden.’ Het bracht een stroom reacties teweeg. Ouders die de onzinnige straffen weghoonden en docenten die daar weer tegen in het geweer kwamen.
Op verzoek van de Volkskrant gaat Boon aan de hand van drie praktijkvoorbeelden in debat met Joost van Caam (39) van het Altra College in Amsterdam voor speciaal onderwijs. Van Caam gelooft niet in straffen, maar in het belonen van goed gedrag. ‘Pubers zijn niet in staat zichzelf te begrenzen, ze zijn alleen maar uit op beloningen. De lachers op je hand in de klas bijvoorbeeld, dat is een beloning. Maar succes op school of aandacht ook.’
Casus 1: Structureel te laat komen en spijbelen
Leon (15) gaat naar de Havo. Vanaf de tweede begint hij te laat te komen en te spijbelen. Zijn schoolprestaties gaan er onder lijden, hij zakt af naar het vmbo. Ook daar gaat het mis. Door zijn schoolprestaties en spijbelgedrag moet hij van school en komt hij op het Altra College.
Leon woont met zijn halfzusje bij zijn moeder, die een baan heeft op Schiphol en elke ochtend om 7 uur de deur uitgaat. Leon brengt zijn zusje naar school, daarom komt hij iedere dag te laat.
Als sanctie voor zijn gedrag moest Leon op vorige scholen nablijven, het schoolplein vegen, vuil prikken of de kantine opruimen. Op het Altra College praat Leon met zijn mentor en moeder. Voortaan gaat zijn zusje naar de voorschoolse opvang. Leon moet ongeacht het tijdstip iedere dag op school komen. Met zijn mentor maakt hij afspraken over het inhalen van de lesstof.
|
Leerling moet straf als straf ervaren Astrid Boon is orthopedagoog en auteur van het boek Straf/Regels (2009). Ze begeleidt leerlingen met problemen op Amsterdamse scholen. Joost van Caam is oud-docent en adjunct-directeur op het Amsterdamse Altra College voor speciaal onderwijs, waar leerlingen komen als ze vanwege gedragsproblemen uitvallen in het reguliere voortgezet onderwijs. Boon schreef in een ingezonden stuk in de Volkskrant dat alleen met een goede straf (uren zwoegen in de eigen tijd, vreselijk balen en een ondertekening van de ouders) normoverschrijdend gedrag een halt kan worden toegeroepen. In reactie op Boon schreef een boze moeder: ‘Helaas zijn er steeds meer scholen die de denktrant van Boon volgen. Mijn eigen dochter kwam laatst thuis met strafwerk. Ruim zeventig keer moest zij een zin overschrijven waarin de woorden respect en leerkracht opvallend vaak voorkwamen. Of de ouders dit werkje voor gezien wilden tekenen.’ Smakelijk had de moeder met haar dochter gelachen om de onzinnige straf. Zolang ouders en school niet samen achter een bepaalde correctie staan, gaat het niet lukken, reageerde een docent. Een ander: ‘Dat er verschil is tussen zinvolle en minder zinvolle opdrachten als straf is evident. Dit zegt echter nog niets over de effectiviteit van de straf.’ Allemaal zijn ze het eens over het volgende: ‘Een straf is pas effectief, als de leerling het als straf ervaart, de ouder de leraar vertrouwt en respecteert en niet zijn straf ter discussie stelt, maar het gedrag van zijn of haar kind.’ |
Van Caam: ‘Geen enkele leerling of ouder wil naar het speciaal onderwijs. Ouders zijn vaak boos: het ligt aan de scholen, mijn kind is hier te goed voor. Dat gevoel moeten wij eerst wegnemen.’
Boon: ‘Hij had geen gedragsproblemen op zijn oude scholen?’
Van Caam: ‘Nee, alleen dat verzuim. We hebben hem gevraagd: wat wil jij? Vaak zijn leerlingen met een spijbelverleden onvoldoende uitgedaagd. Hij zei: ik wil het liefst zo kort mogelijk bij jullie zijn, m’n diploma halen. Dat is gelukt, maar zijn verzuimgedrag is nooit helemaal weggegaan. Het is een gevaarlijke uitspraak, maar je bent blij als het van structureel naar incidenteel gaat.’
Boon: ‘Dat snap ik wel, je beloont de gedragsverbetering. ’
Van Caam: ‘Deze jongen hoorde eigenlijk niet bij ons thuis.’
Boon: ‘Hij had in het regulier onderwijs goed aangepakt moeten worden. Hij begon met te laat komen vanaf de tweede klas. Dan moeten alle alarmbellen gaan rinkelen. In de derde gaan ze uurtjes pikken en in de vierde zijn ze structureel dagen afwezig. Spijbelgedrag van kinderen kan voorkomen worden door adequater op te treden.
‘Nu is het op scholen zo: de eerste twee keer te laat is gratis. In wezen zeg je: het is een regel, maar je hoeft je er twee keer niet aan te houden. Schaf die regel af en bedenk een andere sanctie. Leerlingen die te laat komen, moeten de volgende keer twintig minuten eerder komen. Dat maakt weinig indruk. En telkens krijgen de ouders een brief. Die wordt steeds dreigender van toon. Scholen jagen ouders de stuipen op het lijf, maar het kind maakt weinig spectaculairs mee.
‘Laat ze strafregels schrijven. Over het te laat komen. Dat kost ze vrije tijd en de ouders moeten tekenen. Zo blijven alleen degenen met echte gedragsproblemen over – die hebben hulpverlening nodig. Leerlingen blij, scholen blij, ouders blij.’
Casus 2: Massaal boeken vergeten in de 4de klas havo
Leerlingen komen massaal zonder boeken of schrift naar de les. Docenten spreken hen erop aan, leerlingen worden verwijderd, moeten nablijven, er volgt een donderpreek van de afdelingsleider: niets helpt.
Uiteindelijk gaat het docententeam (op aanraden van Boon) in alle klassen de strafregelstrategie toepassen. Als leerlingen hun boek vergeten, kost het hun minstens een uur schrijven in de eigen vrije tijd; schrijven over waarom het onverstandig is om je boeken steeds niet bij je te hebben, wat de gevolgen zijn en wat de voordelen zijn om ze wel bij je te hebben. Ouders moeten het geschrevene ondertekenen. Het werkt.
Van Caam: ‘Zijn er nooit leerlingen die weigeren strafwerk te maken?’
Boon: ‘Ze kunnen het niet ontduiken. De school moet docenten wel rugdekking bieden als het niet wordt gemaakt. Een uur schrijven wordt twee uur en als je het dan nog niet doet, praten we met je ouders.’
Van Caam: ‘Mijn kinderen zouden het naar je hoofd gooien of wegblijven.’
Boon: ‘Mijn ervaring is dat kinderen het een redelijke straf vinden. Ze snappen het wel.’
Van Caam: ‘Wat ik ook niet snap: waarom steeds dat eruit sturen? Daarmee geeft een docent de regie uit handen.’
Boon: ‘Het is een noodgreep van de docent. Maar de leerling denkt: ha lesvrij. Je krijgt inflatie van de maatregel. Zo gaat dat ook met schorsen. Daarom moet je anders straffen.’
Van Caam: ‘Toch blijf ik fervent voorstander van belonen.’
Boon: ‘Maar je kan geen elfhonderd kinderen belonen omdat ze op tijd komen of een boek bij zich hebben.’
Van Caam: ‘ Wij werken met het volgende. Een kind begint de dag met 100 punten, bij elke overtreding haal je een aantal punten weg. Doel is dat de leerling op het einde van de dag nog minstens 50 punten over heeft. Daarvoor krijgt-ie een beloning. Computertijd, op school of thuis, zakgeld – in overleg met ouders.’
Boon: ‘Maar op school is belonen lastiger. Op lagere scholen zeg je: hier, je mag het bord vegen. Op de middelbare school is het enige wat ze echt willen: lesvrij.’
Casus 3: Dino scheldt meisjes uit
Dino 15 jaar (3 havo) zegt steeds grove dingen tegen meisjes als hij boos is over iets. ‘Steek die paal in je reet’, bijvoorbeeld. Dino wordt aangesproken door de mentor, door de afdelingsleider: helpt niet. Hij moet nablijven, zijn ouders komen op school: helpt niet. Twee keer schorsen, nog een oudergesprek: helpt niet. Een derde schorsing betekent verwijdering van school. Daarom praat Boon met Dino: Wat kan jou helpen ermee te stoppen? Hij weet het niet. Hij vertelt bang te zijn dat het weer zijn mond uitfloept. Als je thuis moet stoppen, wat doen je ouders dan? Als ik een klap krijg van mijn vader weet ik dat ik moet stoppen. Boon legt uit dat ze hem geen klap kan geven. Ze stelt voor dat hij strafregels moet schrijven over zijn kwetsende gedrag. Dat moet hij dan thuis laten tekenen. De aankondiging bleek voldoende, Dino ging niet meer de fout in.
Van Caam: ‘Ik heb moeite met die onderliggende dreiging van de mep van die vader.’
Boon: ‘Het was echt een pedagogische tik, geen mep.’
Van Caam: ‘Wat me opvalt: er is zoveel geïnvesteerd, hoe kan het dat niets effect had?
Boon: ‘Omdat standaardstraffen zoals verwijdering en schorsing dat niet hebben. Gesprekken ook niet.’
Van Caam: ‘Ik dacht wel direct, je moet uitzoeken waar die opmerkingen van Dino vandaan komen. Is er thuis meer aan de hand?
Boon: ‘Je moet eens weten hoeveel kinderen zomaar iets doen. En trouwens, wat de oorzaak ook is, je kunt hem toch sowieso strafwerk geven omdat hij dat geroepen heeft.’
Van Caam: ‘Ik ben het met je eens dat er in Nederland teveel gepsychologiseerd wordt.’
Boon: ‘Het begint bij te laat komen. Dan zijn ze al aan het afglijden, dat moet je tegengaan. Ze hebben niet eens door dat ik er niet ben, denkt het kind. Straffen is ook een vorm van attentie. Ouders raken soms ook gefrustreerd, omdat ze voortdurend naar school moeten komen. Zij kunnen hun kind niet op afstand besturen.’
Van Caam: ‘Door ouders een brief te sturen als kinderen spijbelen beschuldig je ze bijna van pedagogische onmacht. 90 procent van de ouders wil graag meewerken. Maar soms is de vraag hoe? En de kerngedachte moet zijn dat je het als school oplost. Die ouders zitten niet te wachten op je telefoontje dat je het niet kan oplossen. Ik blijf erbij: de intrinsieke motivatie bij kinderen om hun gedrag te veranderen is altijd aanwezig. Dat zo’n jongen denkt: als ik 16 ben wil ik een scooter, als ik 18 ben een auto. Dat is ook een motivatie.’
EscenicId: 757734
Nederlandse universiteiten zijn strenger geworden in het aanstellen van ...
Er is geen reden om te wachten: we moeten het Britse diplomasysteem ook in ...
Studenten komen wederom in actie tegen de plannen in het hoger onderwijs ...
Onderwijsinstelling Amarantis verkeert in grote financiële problemen. De ...
Minister Marja van Bijsterveldt ziet niets in het voorstel van de ...