
‘Te veel vernieuwing in het onderwijs? Het valt juist tegen met het aantal vernieuwingen in het onderwijs.’ Aan het woord is Professor Rob Martens van de Open Universiteit.
Een tegenstander: ‘De moderne didactici denken dat ze een goede weg volgen, maar dat is niet zo.’
Dat klinkt misschien te makkelijk. De sluimerende onvrede komt toch niet uit de lucht vallen? Die docenten staan toch ook niet voor niets op de barricaden? Recent nog was er een grote staking vanwege de tijdsdruk op de docenten. Onze kinderen kunnen steeds minder goed rekenen en schrijven. Toch? Martens: ‘Ik ken de beschuldigingen: de docent mag de docent niet meer zijn, hij wordt gedwongen, “kijk eens hoe erg dat die deskundoloog mij komt vertellen hoe ik het moet doen” en leerlingen kunnen en willen niks meer. De toon van de klagers is bijna nihilistisch. En misschien heeft dat met een generatieprobleem te maken. De toon van BON (de vereniging Beter Onderwijs Nederland , red) is met haar wantrouwende en conservatieve toon bijna verwant met Geenstijl.nl. Overigens signaleer ik bij de gemiddelde vijftigplusser een andere mentaliteit dan bij de jongste generatie docenten, die vaker een genuanceerde opvatting hebben.’
Jantje gaat naar Texel
‘De moderne didactici denken dat ze een goede weg volgen, maar dat is niet
zo,’ meent Liesbeth van der Plas, oud-docent wiskunde, BON-aanhanger en
bestuurslid van Goed
Rekenonderwijs. Deze stichting is in het leven geroepen om het nationale
rekenniveau op te vijzelen. In hun manifest staat: “De
rekenprestaties van leerlingen aan het eind van de basisschool blijven
achter bij de door de overheid geformuleerde kerndoelen.” Van der Plas
ontkent dat dit uitsluitend aan haar collega-docenten wiskunde ligt. ‘De
problemen beginnen bij de basisschool, omdat de eindtermen voor het
rekenonderwijs niet voldoende zijn. Er is een monopolie ontstaan in het
rekenen met verhaaltjessommen. “Jantje gaat naar Texel en koopt vier bananen
en drie sinaasappels. Hoeveel stuks fruit heeft hij?”
Kees Mandemakers onderzocht eind jaren negentig de landelijke onderwijsdeelname in de periode 1870 – 1990. De resultaten zijn te lezen in het document 'Nationaal Goed', te vinden op de site van het CBS. Mandemakers, hoogleraar 'Grote Historische Databestanden' aan de Faculteit der Historische en Kunstwetenschappen aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, beschreef de ontwikkeling waardoor er nu meer mensen dan ooit ‘schoolgaan’. Daar staat tegenover dat een maatschappij anno 2008 meer verlangt. ‘Vroeger ging je naar de fabriek en leerde je in een week hoe je één bepaalde handeling moest doen. Dat is nu wel anders.’ In navolging van BON constateert Mandemakers dat er in het onderwijs teveel van het pad wordt afgeweken. ‘De schoolboeken zien er jofel uit met allerlei toeters en bellen, maar de kennis blijft steeds meer achterwege.’
Bewijs?
Rob Martens was voorheen werkzaam bij de afdeling Onderwijsstudies van het
departement Pedagogiek van de Universiteit Leiden en is sinds eind oktober
hoogleraar-programmaleider onderzoek bij het Ruud de Moor Centrum van de Open
Universiteit . De opmerking over kennis is nu juist wat Martens zo
opvalt. ‘Regelmatig duikt er in de pers een crisisverhaal op over het
kennisniveau van leerlingen. Het kennisniveau, wat is dat? Er bestaat geen
enkel wetenschappelijk bewijs voor de bewering dat leerlingen meer of minder
weten dan vroeger. De onderwijsraad, het Cito en de onderwijsinspectie
zullen dat onderschrijven. “Onze leerlingen weten niks meer,” is een
veelgehoorde conclusie onder docenten. Ik vraag dan of iemand dat met harde
cijfers kan onderbouwen, en het lukt ze niet. Trouwens, als ik zeventig jaar
oude tijdschriften over onderwijs lees, wordt er ook al geklaagd over van
alles en nog wat.’
Toch houdt wiskundige Van der Plas vol: ‘Mijn generatie heeft uitstekend leren rekenen. Onze generatie begrijpt waarom je bij bij het optellen van breuken bij de noemers moet beginnen.' De bewijzen van het PISA-onderzoek (Programme for International Student Assessment) waaruit zou moeten blijken dat Nederland internationaal goed scoort, veegt ze van tafel. Van de 38 vragen, gesteld aan 15-jarige leerlingen, zijn er volgens haar slechts 3 die enige wiskundige scholing op het niveau van de brugklas eisen. Bewijs dat het niveau écht gedaald is, hoef je volgens Van der Plas niet aan te tonen met ‘vage statistieken en analyses’. ‘Kinderen kunnen niet meer rekenen en de Cito-toetsen worden steeds makkelijker. Leg die van vroeger en die van nu maar naast elkaar.’
'Onderwijsdrama'
Maar als het dan zo slecht zou gaan, bij wie ligt dan de schuld? Volgens
historicus Kees Mandemakers is het niet zo eenvoudig om het probleem af te
doen als iets dat bij de docenten ligt. ‘Veel Leerlingen worden door ouders
minder gestimuleerd om thuis schoolwerk te doen. Er zal altijd een groep
blijven die sterk genoeg is voor het gymnasium maar het niveau is in de
breedte gedaald door de veelheid aan activiteiten, waardoor een goed
leerklimaat thuis ontbreekt.’ Een ander probleem in de attitude van de
leerder ziet Mandemakers in de cijfercultuur. ‘Twee achten en een één geeft
gemiddeld nog net een voldoende. Het genoegen nemen met mindere prestaties,
zie je ook terug op universiteiten met hun outputfinanciering.’
Hoezo geen leerklimaat? Volgens Martens wordt er anno 2008 op sommige scholen geweldig geleerd. Alleen wordt er door de media te weinig aandacht aan geschonken. ‘We kunnen niet blijven volhouden om twintig leerlingen in één lokaal te stoppen met het zelfde leerboek voor hun neus. Dankzij de beeldvorming door de media hebben we te kampen met een term als het “onderwijsdrama”. Het wordt bijna als een voldongen feit gebracht dat bijvoorbeeld op het vmbo de meest vreselijke dingen aan de hand zijn. Er ontstaan crisisverhalen en lukt het om elkaar goed bang te maken. Noem mij één onderwijskundige die kennis niet belangrijk vindt en de docent wil wegsaneren. Één ding is wel zo: je bent niet langer de autoriteit met het heilige lesboek. Dus wordt aan de autonomie van de geïsoleerde docent getornd, ja dat klopt. Samenwerken is nu belangrijker dan ooit.’
Een kleine fanatieke groep
Hetty Mulder, talenexpert, leerplanontwikkelaar en programmamanager van SLO
, het nationaal expertisecentrum voor leerplanontwikkeling: ‘Vroeger lag de
nadruk vooral op feitenkennis; dingen uit je hoofd leren. Maar wat
leerlingen nu moeten kennen en kunnen wordt niet bedacht in ivoren torens
maar komt voort uit de nieuwe eisen van de maatschappij en uit nieuwe
ontwikkelingen in de wetenschap. In het taalonderwijs is er een verschuiving
van het stampen van woordjes naar communicatieve vaardigheden. Volgens SLO
steunt onderwijs altijd op drie pijlers: wat wil de maatschappij, welke
inhoudelijke eisen stelt het vervolgonderwijs en welk belang heeft de
leerling erbij. De maatschappelijke kant verandert voortdurend. Ook bij de
ontvangende scholen verschuiven de eisen. Leerlingen moeten kunnen plannen,
presentaties kunnen geven. Dat hoort nu eenmaal bij de tijdsgeest, of je het
leuk vindt of niet. Dat betekent niet dat je blind achter vernieuwingen aan
moet lopen. Je moet bekijken wat werkt, oftewel, wat evidence based is.’
Het Freudenthal Institituut voor didactiek van wiskunde en natuurwetenschappen, verbonden aan de Universiteit Utrecht, wordt door Liesbeth Van der Plas en Goed Rekenonderwijs beschouwd als een club die er helemaal naast zit. Freudenthal-directeur Jan van Maanen, die zelf zestien jaar leraar wiskunde was, verzucht: ‘De klagers weten hoe de wereld in elkaar zit: er wordt vreselijk slecht gerekend. Het is een kleine maar fanatieke groep die denkt de wijsheid in pacht te hebben. Van alle onderdelen van het rekenen zijn ze alleen in cijferen geïnteresseerd, en dat is inderdaad achteruit gegaan.'
Van Maanen vervolgt: 'Ze vergeten wel dat het Cito in 1997 vond dat leerlingen die de traditionele boeken gebruikten slechter cijferden dan de leerlingen die volgens de nieuwe, realistische methode leerden rekenen. De mopperaars willen een aantal zaken niet horen. Het TIMSS-onderzoek (Trends in International Mathematics and Science Study) werkte in Europa, Azië en de VS in dezelfde leeftijdsgroep met dezelfde opgaven. In Europa scoorden de Nederlandse kinderen na de Vlaamse kinderen het hoogst. Hoofdrekenen, getalbegrip, verhoudingen: Nederlandse kinderen scoren prima.’
Toch ontkent Van Maanen niet dat het traditioneel cijferen achteruitgaat. ‘Maar dat ligt niet aan de rekenmethoden, dat is een wereldwijde trend.’ De caissières van vandaag hoeven niet meer met potlood en papier een pond kaas en een jutezak met aardappelen af te rekenen.
Weinig verschil
Wie de resultaten van de Periodieke
Peiling van het Onderwijsniveau (PPON) van het Cito uit 2008 erbij pakt
ziet inderdaad dalende lijnen, én stijgende lijnen: 'Er is weinig of
geen ontwikkeling over de laatste twintig jaar; niet in positief en niet in
negatief opzicht voor het kennis- en vaardigheidniveau van de leerlingen.'
Het onderwijs heeft te kampen met veel problemen, maar of die nu echt nieuw zijn, valt te bezien.
Hetty Mulder van het SLO was zelf docent Frans in de jaren zeventig en tachtig. Ze vindt dat anno nu de vakkennis van docenten nog meer gecombineerd moet zijn met een professionele pedagogisch-didactische instelling. ‘Sommige docenten denken dat het werken met bijvoorbeeld competentiegericht onderwijs iets is dat bedacht werd achter de tekentafel van een paar onderwijskundigen. Dat is niet waar. Er was een enorme vraag uit het bedrijfsleven én vanuit de hogescholen, dus daarom is dat competentiegericht onderwijs er gekomen. Ik weet zeker dat je echt beter Frans leert als je in Lille op straat wandelt en met de mensen daar praat, dan wanneer je pagina’s vol grammatica doorworstelt.’
Wat de leerlingen betreft, ziet Mulder weinig verschil met twintig, dertig jaar geleden. ‘Misschien waren leerlingen vroeger iets minder mondig en adrem, en ze communiceren tegenwoordig natuurlijk heel anders met elkaar dan toen, maar daar tegenover staat dat mijn klassen toen nog groter waren dan nu en ik ook toen al als mentor mijn handen vol had aan problemen.’
EscenicId: 733396
Academici kunnen via een nieuw opleidingsprogramma van overheid en ...
Bijzondere scholen zijn tegen het plan van de minister Van ...
Van alle 157 duizend leerlingen van groep 8 die dit jaar de Citotoets ...
Voor veel islamitisch studenten zijn de plannen om de ...
De universiteiten overleggen over mogelijke alternatieven voor de ...