'Negatieve klanken zijn er altijd'

29/01/2009

'Negatieve klanken zijn er altijd'

In plaats van het verkondigen van de neergaande spiraal, probeert VKbanen/onderwijs een optimistische blik op de toekomst van het onderwijs te scheppen. We praten met docenten, wetenschappers, onderwijskundigen, filosofen en anderen om erachter te komen wat wél werkt in het Nederlands onderwijs. Aflevering 1: Een interview met docent, schrijver en filosoof Ron Ritzen.

CV Ron Ritzen

(Bron: uitgeverij Damon)

Ron Ritzen (1962) studeerde filosofie, pedagogiek en rechten. Momenteel geeft hij de vakken bestuursrecht, ethiek en rechtspsychologie op de Juridische Hogeschool. Na zijn opleiding tot onderwijzer en leraar economie was hij enige tijd werkzaam als docent economie op een middelbare school in Utrecht. Daarna gaf hij filosofie op de pedagogiekopleiding van Hogeschool Arnhem en Nijmegen (HAN).
Van 1990 tot 2002 was hij docent ethiek op de Pedagogisch Technische Hogeschool (Fontys). In de periode 2001-2002 heeft hij bij de Technische Universiteit Eindhoven het ethiekonderwijs mee opgezet. Momenteel verzorgt hij daar jaarlijks gastcolleges over 'Oorlog, Techniek en Ethiek'.
Hij is auteur van enkele boeken (o.a. 'Deugt ons Onderwijs?', 'Economie en ethiek' – samen met drs. Smits - en '33 misverstanden over kennis en wetenschap' en ‘Filosofie van het onderwijs’.

Er moet iets veranderen aan de attitude in het onderwijs, daar is iedereen het over eens: ouders, werkgever, docent, leerling, overheid. Als Ron Ritzen zou moeten kijken naar een ideale werkhouding in de toekomst (zeg over dertig jaar), vraagt hij zich ten eerste af of er de afgelopen dertig jaar überhaupt nou zoveel veranderd is. Met die vraag legt hij een bom onder het sentiment dat het onderwijs er nu erger aan toe is dan ooit. Ritzen: ‘Verhalen over de dalende kwaliteit en het prestatieniveau in het onderwijs, daar zijn geen concrete, harde cijfers van. Voor zover ze er zijn, zijn de cijfers niet bepaald spectaculair.’

Toch zal Ritzen moeten erkennen dat er tal van rapporten zijn verschenen waarin het tegendeel wordt bewezen. Ritzen zet vraagtekens bij dergelijke publicaties: ‘Opvallend is dat zelfs een relatief conservatieve denker als Greetje van der Werf, professor aan de Faculteit Gedrags- & Maatschappijwetenschappen in Groningen, met boeken als De mythes in het onderwijs niet hard kan maken dat het niveau gedaald is. Of neem het rapport van de Commissie Dijsselbloem. De term “kwaliteit” valt eindeloos vaak, maar wordt niet één keer gedefinieerd. Zo ontstaat een wel heel warrige discussie, als ieder zijn eigen visie op kwaliteit heeft.’

Paralelle werelden in het onderwijs zijn heel normaal: de dagelijkse praktijk versus de ideologische opvattingen, de meningen versus de feiten, de docent versus de buitenstaander. Een voorbeeld: ouders beoordelen de kwaliteit van het onderwijs met een hoger rapportcijfer dan burgers die geen schoolgaande kinderen hebben. Dat blijkt uit de resultaten van de jaarlijkse onderwijsmeter (2008), uitgevoerd door TNS/NIPO in opdracht van het Ministerie van OCW. En dat is een doorn in het oog van Ritzen.

Hij ontkent daarmee niet de problematiek in het onderwijs, die zal evident zijn. Ritzens bezwaar is dat de nadruk op die problemen ligt. Ritzen: ‘Neem een krant als het NRC. De eerste achteneenhalve maand van 2008 verschenen er 95 artikelen over onderwijs waarvan 53 met een evaluatief karakter: een columnist of journalist schrijft iets met een conclusie over het onderwijs. Één artikel is positief van aard, de rest is negatief. Terwijl er genoeg positiefs te melden is.’

Truijens en Heertje

Maar kranten staan toch überhaupt niet bekend om ‘positief’ nieuws? ‘Klopt, maar ik mis de wederhoor in dergelijke artikelen. En dan kom ik tot de kernvraag: is er wezenlijk verschil met vroeger? De hele discussie in het onderwijs gaat nog steeds over kennishouding en vaardigheden. De maatschappij verandert, maar hoe vaak stellen we de vraag of we in het onderwijs positief kunnen meedoen met diezelfde maatschappij? Er zijn tal van positieve aspecten in het onderwijs te noemen. Het gebruik van flexibele leermiddelen door de toename van deelcultuur bijvoorbeeld, leermiddelen die veel uitdagender zijn dan voorheen. Er zijn technologische ontwikkelingen die fantastisch zijn voor het onderwijs. Haal er eens iets positiefs uit, al is het een beetje voorzichtig. Zo’n transparante aanpak zie ik zelden, anders dan de “loopgraven-aanpak” waarbij opiniemakers als Aleid Truijens en Arnold Heertje veel aanklachten doen tegen de minste verschuiving in het onderwijs, maar daarmee de discussie niet echt verder brengen.’

Heeft Ritzen enig idee waarom juist nú Truijens en Heertje die positie kiezen? ‘Bij Heertje is het nooit anders geweest. Al dertig jaar schrijft de man over het tanende universitair onderwijs. Een andere tijd, het zelfde verhaal. Andere termen, andere beschuldigingen. Daarmee is overigens niet de hele discussie beslecht.’

Maar de constatering dat in het voortgezet onderwijs van de docenten het “vak”is afgepakt en de leerlingen dommer worden? Ritzen: ‘Jan Pen, de Nederlandse econoom, zei ooit dat zijn studenten niet zozeer dommer werden, maar dat hij steeds slimmer werd. Je ziet die hele discussie over dommer wordende leerlingen en studenten overal in de geschiedenis oplaaien. De Franse Minister van Onderwijs, Luc Perry riep aan het begin van deze eeuw dat het onderwijs de strijd met de entertainmentindustrie niet aan kon. Essayist en filosoof Allan Bloom beschimpte twintig jaar geleden met zijn boek The Closing of the American Mind de universiteiten in de VS, terwijl analytisch filosoof Colin McGinn Oxford verliet omdat hij het onderwijs juist in VS véél beter vond dan in Engeland. En zo kan ik nog wel even doorgaan. Daarmee wil ik niet zeggen dat het onjuist is, maar dat het van alle tijden is, is nu wel duidelijk.’

Topniveau

Ritzen noemt de spelling als een typisch Nederlands voorbeeld. Nederlanders spellen steeds slechter. Ritzen: 'Dat klopt. Maar als je kijkt naar de spellingshervormingen die tussen 1995 en 2005 hebben plaatsgehad, kan je concluderen: spelling is ook moeilijker geworden. En bekijk het eens op macroniveau. De dominantie van de geschreven taal is teruggedrongen, we kennen andere vormen van taalgebruik. Al sinds de komst van de telefoon is de spelling veranderd. Maar als je maar hard genoeg roept dat er van alles misgaat, gaan mensen dat vanzelf overnemen, met alle gevolgen van dien.’

Als het onderwijs het nou echt alleen maar te doen is om de harde cijfers, heeft Ritzen een oplossing voor het probleem van het dalende “niveau”: ‘Stuur elk kind dat 550 scoort op het Cito naar het VWO, alles wat daar net onder zit naar de Havo en de rest allemaal naar het VMBO. Moet je kijken wat een topniveau, dan kan je echt scoren. Maar is dat dan dus goed onderwijs?’

EscenicId: 737559


Geef je reactie

Je kan een reactie ingeven op een artikel via jouw LinkedIn account.
We vragen je bij een reactie je voornaam, achternaam en functietitel - die tevens automatisch ingeladen zijn vanuit jouw LinkedIn profiel - in te vullen.

Via onderstaande link kan je inloggen met je LinkedIn account.
Aanmelden met je LinkedIn Account

Gerelateerde artikelen

Zoek artikel

Onderwijs Column , Didactiek en onderwijsvernieuw , Voor de klas , Nieuws Onderwijs , Carrièretips Onderwijs , Hoe zit dat?
Services VKbanen Deelsites VKbanen Andere sites van De Persgroep Nederland
© 2012 De Persgroep Nederland. Alle rechten voorbehouden. Lees de gebruiksvoorwaarden.
  • ACAP