
In Japan zijn de leerlingen braaf en onderdanig, in Polen zetten de leerlingen de docent een vuilnisemmer op het hoofd. En in Frankrijk protesteren leraren en leerlingen tezamen tegen bezuinigingen. Drie Volkskrant-correspondenten over het onderwijs in het buitenland.
FRANKRIJK
Proust in de jaszak
Voor Frankrijk is onderwijs het voornaamste middel waarmee de waarden van de
republiek worden overgedragen op een volgende generatie. Op scholen leer je
over vrijheid, gelijkheid en broederschap. Je leert over de laïcité, de
strikte scheiding van kerk en staat, die voorschrijft dat op openbare
scholen geen godsdienstonderwijs wordt gegeven en dat op religieuze
grondslag geschoeide scholen weliswaar zijn toegestaan, maar niet op
staatssteun hoeven te rekenen.
In het Franse onderwijs wordt relatief veel aandacht besteed aan geschiedenis, literatuur en filosofie. Met vrucht: in de metro is het heel gewoon te zien hoe een jonge medereiziger een beduimelde Proust uit de jaszak haalt en gaat zitten lezen.
Prachtig dus, dat Franse onderwijs. Het is het beeld dat oprees uit de film Être et avoir: een dorpsonderwijzer die ergens diep in de binnenlanden zijn leven lang een heroïsche strijd voert om zijn kennis over te brengen op de kinderen van de streek. Kennis niet alleen van de werkwoordsvormen en de staartdelingen, maar ook van het leven zelf, en van dat mooie land waarvan zij de bevoorrechte erfgenamen zijn.
Être et avoir is alweer uit 2002. Ook nadien werden in Frankrijk films gemaakt die op scholen spelen. Entre les murs, Oscarwinnaar in 2008, is gesitueerd op een school in een moeilijke wijk van Parijs. Je ziet een leraar die welhaast fysiek worstelt met zijn klas, waarvan de leerlingen van huis uit weinig hebben meegekregen dat hen tot leren aanzet.
Na Entre les murs is er nog ruimte te dromen: waarschijnlijk trekt de leraar aan het langste eind en wordt iedereen gelukkig. Voor de leerlingen in La journée de la jupe zijn er geen dromen, ze zijn kansloos. Hun lerares (Isabelle Adjani) trouwens ook. Krantenberichten suggereren dat de schietpartij waarmee de film eindigt amper overdreven is. De afgelopen maanden werden in de banlieues geregeld vetes tussen jeugdbendes tot in het klaslokaal uitgevochten.
In die turbulentie dringt de regering aan op bezuinigingen, op grotere klassen, minder lesuren en meer aandacht voor de achterblijvers. De woede daarover is groot, het verzet komt tot uiting in stakingen, manifestaties en de simpele weigering aan de nieuwe voorschriften te voldoen. Scholieren en leraren vinden elkaar in hun protesten. Vraag je naar de beweegredenen, dan verwijzen die vaak naar de idealen van de republiek: ‘Ik protesteer omdat ook in de toekomst iedereen op school gelijke kansen moet krijgen.’
Ariejan Korteweg
JAPAN
Meester hoeft niet creatief te zijn
Waar ter wereld wordt er nog collectief gebogen voor de leraar of lerares,
zowel vóór als na de les? In Japan natuurlijk! Daar is het instituut school
nog steeds een van de belangrijkste onderdelen van het ‘systeem’ en staat
het hoofd van de klas ook nu nog op een voetstuk.
Want alle belangrijke eigenschappen die een Japanner dient te bezitten (en die ervoor hebben gezorgd dat het land kon uitgroeien tot de tweede economie ter wereld), zoals discipline, verantwoordelijkheidsgevoel en het vermogen zich te onderwerpen aan het groepsbelang, worden er op school ingepompt. Door de leraar die de eervolle titel Sensei draagt.
Eigenlijk is er sinds 1885 weinig veranderd toen Arinori Mori, de eerste Japanse minister van Onderwijs verkondigde: ‘Schoolbesturen moeten bij alles wat ze doen voor ogen houden dat niet het belang van de leerling, maar vooral het belang van het land voorop staat.’
Alles wordt nog steeds van bovenaf aangestuurd; het Japanse ministerie van Onderwijs zorgt voor strenge richtlijnen waarin het curriculum van ieder vak gedetailleerd wordt vastgelegd. En daar wijkt de leraar in geen geval van af. Een creatieve geest is bepaald geen vereiste om in Japan voor de klas te mogen staan. Liever niet zelfs.
Frivole experimenten zoals de Iederwijs-scholen in Nederland, waar kinderen van a tot z zelf bepalen wat ze willen leren en de leraar vooral fungeert als oppas, zijn hier volslagen ondenkbaar. De meest gewaagde vorm van onderwijs in Tokio is de Montessorischool. Maar die wordt voornamelijk bezocht door buitenlanders of kinderen uit gemengde huwelijken.
Waar de westerse aanpak is gericht op een dialoog in de klas, is er in Japan alleen sprake van een monoloog: de leraar verspreidt zijn kennis, de leerling luistert en gaat vooral geen discussie aan.
Voor westerlingen zou deze manier van werken veel te saai en te droog zijn. Maar het Japanse systeem heeft ook voordelen. ‘Omdat Japanse leerlingen over het algemeen zeer braaf en gedisciplineerd zijn, hoeft een leraar niet of nauwelijks energie te steken in het handhaven van de orde en komt hij echt toe aan lesgeven’, zegt een Amerikaan die een paar jaar op een Japanse school werkte. ‘Wat ook meespeelt is dat de Japanse bevolking zeer homogeen is. De kinderen hebben dezelfde geschiedenis en ongeveer dezelfde achtergrond. Je hoeft in de klas dus geen rekening te houden met ingewikkelde culturele verschillen.’
Joan Veldkamp
POLEN
Met de catechismus om de oren
Tik op YouTube het Poolse woord voor leerlingen (uczniowie) in en je krijgt
een filmpje te zien waarin een leraar op school voor rotte vis wordt
uitgescholden; het scheelt weinig of hij krijgt van een leerling een trap in
zijn gezicht. Maar dat is nog niets vergeleken bij wat een leraar Engels
enkele jaren geleden overkwam. Toen die met zijn les wilde beginnen zetten
zijn leerlingen hem een vuilnisemmer op het hoofd. Dat, eveneens op internet
te bekijken, incident lokte toen een debat uit over het toenemend geweld in
het Poolse onderwijs.
Niet in alle Poolse scholen worden leerkrachten op vernederingen getrakteerd, maar bovengenoemde filmpjes zeggen natuurlijk wel veel over de degradatie die hun beroep de laatste twintig jaar heeft ondergaan.
Onder het communisme zou het niet waar zijn geweest. Toen was een leraar nog iemand om u tegen te zeggen. Maar de intrede van de vrije markt maakte een abrupt einde aan die bijzondere status. Ondanks de inhaaloperatie van de laatste jaren kunnen zelfs ongeschoolde arbeiders gemakkelijk meer verdienen. Een beginnend leraar in het voortgezet onderwijs moet het met minder dan 500 euro per maand stellen, te weinig, zeggen de directies, om hoge eisen te stellen bij het aantrekken van personeel.
Wie dus op YouTube leraar (nauczyciele) intikt krijgt behalve een filmpje waarin gevraagd wordt of ook homo’s leraar kunnen worden (doorsnee antwoord: ‘wat mij betreft wel’) ook een documentaire te zien waarin een godsdienstlerares haar leerlingen met de catechismus om de oren slaat. Voor de directrice van de betreffende school vormde dat echter geen aanleiding om in te grijpen. De leerlingen in het vuilnisemmer-filmpje kwamen er minder goedkoop van af: voor het aanvallen van een openbare ambtenaar kregen ze een taakstraf opgelegd van minimaal 100 uur.
Jan Hunin
Lees ook: Een zoektocht naar een baan als juf in de Verenigde Staten.
EscenicId: 741993
Academici kunnen via een nieuw opleidingsprogramma van overheid en ...
Bijzondere scholen zijn tegen het plan van de minister Van ...
Van alle 157 duizend leerlingen van groep 8 die dit jaar de Citotoets ...
Voor veel islamitisch studenten zijn de plannen om de ...
De universiteiten overleggen over mogelijke alternatieven voor de ...