
De wekker gaat bij Hans Pieterson altijd om 7 uur. Nog voor hij doucht, zet hij de computer aan, om direct zijn nieuwe mailtjes te checken. Van bevriende ict-geïnteresseerde docenten krijgt hij bijvoorbeeld leuke linkjes doorgestuurd en hij is geabonneerd op allerlei nieuwsbrieven. De rest van de dag zal hij nog een keer of drie zijn mail checken, op de gedeelde computers op school of op zijn werkkamer.
Pieterson koos voor het lerarenbestaan vanwege de vrijheid. Na het VWO werkte hij als bijbaan op een kantoor. ‘Zo’n keurslijf, ik vond het niks, dat wist ik meteen.’ Nu staat hij al 17 jaar voor de klas, en sinds een paar jaar op het Stanislas College in Delft, op een vestiging met achthonderd mavo- en havo-leerlingen. Momenteel geeft hij economie en levensbeschouwing, maar hij is ook bevoegd om Duits en maatschappijleer te geven.
Om 8.15 is hij op school, elke dag. Dan doet hij de ‘boefjesadministratie’ (spijbelaars, laatkomers en overlastveroorzakers) van klas 3, deels achter de computer, deels met de pen en om 9.30 begint zijn eerste les.
We ontmoeten elkaar in de lerarenkamer, na de eerste les. Zijn klas heeft de toets over verzekeringen ‘niet onaardig’ gemaakt, stelt hij tevreden vast.
De bel gaat. Geen zoemer, maar meer een oriëntaals klinkende gong. Onverstoorbaar wandelt meester Pieterson door de krioelende massa naar zijn lokaal, aan de andere kant van het gebouw. Van links en rechts steken leerlingen hem groene briefjes toe, oude ziekmeldingen: ‘Mees, mees’.
Het vierde uur zit hij in het computerlokaal met een mavo-4 klas. ‘We zijn geen hypermoderne school, maar we hebben wel smartboards in alle lokalen’, zegt hij, ‘dat is een whiteboard met projectiescherm ineen’.
Pieterson, tegen de klas: ‘Oké, ik heb een zoekopdracht voor jullie. Wat is het grootste hotel ter wereld?’ Sommige leerlingen beginnen al te googlen voordat hij is uitgesproken. ‘Maar het is niet meer als hotel in gebruik’, gaat Pieterson door. ‘Is het het MGMGrand?’, klinkt het van de andere kant van de klas. ‘Ligt het in Maleisië?’ ‘Nee ik denk in LA.’ ‘Is het de TulipInn?’ Pieterson: ‘Hoeveel kamers heb je?’ ‘Ik heb er 6195!’ Pieterson schudt zijn hoofd: ‘Dat is hem niet.’
Terwijl de leerlingen er lustig op los internetten en van tijd tot tijd iets roepen, richt Pieterson zich tot de verslaggeefster. ‘Je denkt als leraar al snel dat leerlingen veel meer van computers en internet weten, maar zoeken kunnen ze echt niet goed...’ Tot de klas: ‘Ik heb nog wat extra informatie, het ligt in Duitsland. En.... omdat het niet meer in gebruik is als hotel, staat dat woord misschien wel niet in de naam.’ Leerling: ‘Maar hoe kunnen we het dan vinden?’ ‘Met de juiste zoektermen.’ ‘Sven heeft hem, meester.’ ‘Zeg het maar.’ Sven: ‘Prora.’ Pieterson: ‘Heel goed, en hoe heb je dat gevonden?’
Even later toont hij op het smartboard een filmpje, ‘van YouTube’, over het Kolos van Prora, een door Hitler in de jaren dertig gebouwd badhotel voor arbeiders. 4 minuten en 47 seconden heerst er een oase van rust in de klas. Direct na het filmpje vuurt hij vragen de klas in: ‘Wie heeft het gebouwd, waarom, waarom is het niet gesloopt?’
Pieterson vraagt ook of de leerlingen weten waarom Hitler zo populair kon worden in die tijd. Tot zijn verbazing – geeft hij later toe – antwoordt een jongen op terloopse toon: ‘het ging slecht met de economie en Hitler zorgde voor veel werkgelegenheid, dat vonden mensen die geen werk hadden fijn.’ Pieterson legt het nog wat verder uit en maakt een link tussen de crisis in de jaren dertig en de economische crisis nu.
COFFEESHOP
De computers gaan uit en de kinderen nemen aan gewone lesbankjes plaats voor de opdracht: bedenk met je groepje een nieuwe bestemming voor dit enorme gebouw. Net voor de bel gaat, mogen de leerlingen hun ideetjes vertellen. Die variëren van bowlinghal, kantoorpand en studentenwoningen tot ‘world’s largest coffeeshop’. Waarop Pieterson – serieus – antwoordt: ‘Maar het is een dunbevolkt gebied, waar haal je klanten vandaan?’ De reactie wordt overstemd door de gong.
In de grote pauze stroomt de lerarenkamer vol. Broodtrommels, folie en plastic zakjes gaan open. Pieterson vertelt, tussen twee happen door, dat hij hyvet met zijn leerlingen. Sommigen docenten vinden dat dat niet kan, omdat ‘grenzen zouden vervagen’, maar Pieterson vindt dat onzin. ‘Voor leerlingen is het een normaal communicatiemiddel en ze kénnen mij. Voor hen hoor ik simpelweg ‘bij de school’, een beetje zoals de kantine.’
Hij heeft eigenlijk alleen maar positieve ervaringen. Als een leerling een toets gemist heeft, stuurt meester Pieterson hem of haar een krabbeltje: ‘Hé haal je hem in?’
Hij wilde niet per se hyven, legt hij uit. Maar hij wilde de boot niet missen. ‘Ik wil begrijpen waar die kinderen mee bezig zijn, om de generatiekloof niet groter te maken.’
Meester Pieterson is op de hoogte. Hij volgt alle ontwikkelingen, wilde al bijna bijlessen gaan geven in Second Life, maar zijn leerlingen deden daar niets mee. ‘Zij zijn mijn testgroep, als zij het niks vinden, wordt het vast geen trend onder jongeren.’ Dat geldt ook voor podcasts of bloggen. ‘Van podcasts hadden ze zelfs nog nooit gehoord.’ Volgens hem gebruiken kinderen hun computer maar voor een paar dingen: msn, Hyves en games. En oja, ze kijken elke dag op de schoolsite: of er misschien een uurtje uitvalt.
SMURFIN
Tijdens het zesde uur laat hij zijn klas (een mavo-4) een zelfgemaakt filmpje over verzekeringen zien. Op het grote bord komt een reeks total loss gereden auto’s in beeld. Hoewel geen toonbeeld van flitsende MTV-montage legt het filmpje wel in 6 minuten van alles uit over premies, poliskosten en assurantiebelasting. ‘Het zijn eigenlijk geen filmpjes’, zegt hij zelf ook. In Windows Moviemaker plakt de leraar foto’s en tekstjes achter elkaar, daar zet hij muziekjes onder. Ze duren nooit langer dan 7 of 8 minuten, precies de duur van de concentratiespanne van een afgeleid puberhoofd.
Pieterson kreeg zelfs een prijs voor zijn filmpjes, die hij op YouTube plaatst. Trots: ‘Ik ben de ‘docent van morgen’ volgens de site onderwijsvanmorgen.’
Met name de filmpjes voor Duitse naamvallen werden geroemd, waarin hij – met het smurfenlied als soundtrack – smurfen op verschillende plaatsen in een poppenhuis toont. Brilsmurf staat OP de wc. Babysmurf valt VAN het balkon. Moppersmurf staat IN bad. En dan de vertaling: Smurfin zit BIJ de buurvrouw, wordt: Schlumpfine ist bei DER Nachbarin. In beeld verschijnt een tekstje: ‘het voorzetsel bei heeft altijd een derde naamval. Waarom? Daarom!’
Niet alle leerlingen weten het, maar juf Bom is eigenlijk ook 1ste luitenant Bom. Na de havo deed Jessica Bom (26) de Koninklijke Militaire Academie (KMA) in Breda. Ze heeft drie jaar in het leger gezeten, maar besloot te stoppen. ‘Ik miste mijn vriendje teveel. Per maand was ik misschien één weekend thuis.’
Sinds twee jaar geeft ze wis- en aardrijkskundeles op het Segbroek College in Den Haag, met drieduizend mavo, havo en vwo-leerlingen op twee vestigingen. Maar haar militaire mentaliteit is ze niet verloren. Lachend: ‘Ik hoor soms wel dat ik in de klas wat bevelerig kan zijn.’
Redelijk handig, zou Bom zichzelf op ict-gebied noemen. In het leger werkte ze onder meer bij de verbindingsdienst (voor communicatie). ‘Ik kan routers configureren, heb cca (Citrix Certified Administrator, red.)-cursussen gedaan, dat soort dingen’, somt ze droogjes op.
Maar haar man – ze is in mei getrouwd – is nog handiger. Hij is ict-coördinator op een school en geeft haar veel advies. Ook thuis is hij het digitale brein. ‘We downloaden veel films of series, net bijvoorbeeld alle Prison Breaks, maar dat doet Jeroen dan’. En hij voorziet haar mp3-speler, die ze áltijd bij zich heeft, van verse muziek.
Bom zou elke aardrijkskundeles wel met een filmpje willen beginnen, van vulkaanuitbarstingen, aardbevingen of een tsunami. Maar helaas kan het vaak niet, want ze zit zelden in een lokaal met een beamer. ‘Elk lokaal heeft wel een videorecorder, maar wie heeft er nou nog VHS-banden?’
GEKKE FILMPJES
‘s Morgens thuis computert ze niet, maar zodra ze ‘s middags thuiskomt gaat de laptop meteen aan, om zowel school- als privémail te lezen. En in elk lokaal staat een computer om absenten digitaal te registreren, dus daar checkt ze wel af en toe nu.nl, als de leerlingen een toets maken of zelfstandig werken.
Op een van de computers laat ze haar eigen site zien. Ze begon die site voor zichzelf: als overzicht van alle linkjes met oefeningen en animaties van onderwijssites als wisweb, rekenweb of geo-online. Inmiddels plaatst ze er ook samenvattingen, aantekeningen en begrippenlijsten op.
Het is de laatste dag voor de vakantie en bijna alle lessen vallen uit in verband met een sportactiviteit. Om 11.05 heeft Bom haar enige les van de dag in de computerzaal. Voordat de kinderen binnenkomen, zegt ze: ‘Ik sta zelf eigenlijk altijd achterin, dan kan je de schermen zien, anders zitten ze de hele les stiekem msn, gekke filmpjes of Hyves weg te klikken als je langsloopt.’
De leerlingen, een mavo-2 klas, stromen binnen. ‘Pen, boek, schrift, jas uit, tas achterin.’ Het heeft inderdaad iets bevelerigs, maar de leerlingen luisteren en Bom glimlacht er wel bij. ‘Nog niet inloggen, hand van de muis.’
Nadat ze de toetscijfers heeft voorgelezen, mogen de kinderen hun computers opstarten en naar de site van de juf gaan.
‘Oké, ga naar hoofdstuk 8. Je kan alle oefeningen maken, behalve de laatste, die doen we straks samen.’ Het zijn verzamelde opdrachten van wisweb, vertelt ze, veel animaties om oppervlakte, omtrek en dergelijke te verbeelden en berekenen. Verrassend fanatiek gaan de leerlingen aan de slag.
Een paar jongetjes (Bom: ‘die zijn toch vaak net wat sneller dan de meisjes met dit soort dingen’) zijn al aan de laatste opdracht begonnen: een spel. Klassikaal legt Bom de bedoeling van het spel, de chaos game, uit: in zo min mogelijk stappen een puntje in een vlak van een piramide krijgen. Er word driftig geklikt. ‘Oh kijk, ik deed ‘m in vijf keer, ik ben master!’ Juf Bom kijkt tevreden.
Als we even later terug lopen naar de lerarenkamer roept een collega van achter zijn computer: Jessica, je moet me helpen, hoe krijg ik die lijntjes ook alweer in Excel? Bom: ‘Rasters bedoel je?’ Ze klikt een paar keer, de docent kijkt verguld. Een andere collega fluistert: ‘Ze is een handige hoor, met dit soort dingen.’
Die handigheid heeft ze niet van nature, benadrukt ze later, ook al is ze dan volgens de boeken een ‘native’, iemand die jong genoeg is om geboren te zijn omringd door de nieuwste technologie. ‘Ik zoek dingen uit omdat ik ze nodig heb.’ Je hebt ook goede digitale immigranten, zegt Bom, maar ze voelt wel een kloof. ‘Je ziet bij oudere docenten wel minder souplesse, minder handigheid. Zij toetsen gewoon nog www in als ze een internetadres zoeken of weten niet wat sneltoetsen zoals control-c zijn.’
Bom wordt regelmatig door collega’s te hulp geroepen: als ze een plaatje willen invoegen in een worddocumentje, of het interne systeem voor huiswerk of rapportcijfers niet snappen. Ze haalt haar schouders op. ‘Zulke simpele dingen, echt hoor...’ Dan milder: ‘Maar ik denk ook dat sommige collega’s bang zijn dat ze zich op een terrein begeven waarop de kinderen handiger zijn dan zij. Ze voelen zich vaak onkundig.’
Leerlingen zijn handig met computers en mobieltjes. Maar soms verbazen ze de lerares. ‘Ik had voor aardrijkskunde een leuk spel bedacht waar je mobieltjes met gps voor nodig had. Ik dacht: als ik er vijf heb per klas kan het. En ze hebben echt de nieuwste hightechmobieltjes, maar dat hadden ze dan weer niet.’ ¿
|
DIGITAAL CV Naam: Jessica Ringeling-Bom Leeftijd: 26 Is: docent wiskunde en aardrijkskunde. Geeft 21 uur les en heeft een dag vrij om haar aardrijkskundebevoegdheid te halen. Sinds mei is ze getrouwd. Digitale status: native Geeft zichzelf op de digitale schaal van 1 tot 10: 7. ‘Ik doe veel met de computer, maar alleen werkzaken. Een mobiel gebruik ik alleen voor bellen en sms’en.’ Eigen site: www.everyoneweb.com/ringelingbom Favoriete sites privé: hardloopsites, nu.nl, bol.com, vakantieboeksites. Favoriete sites werk: kennisnet, wisweb, rekenweb, wikipedia, exelearning.org (zelf toetsen maken) en voor filmpjes gaat ze naar teleblik of schooltv.nl. Mails per dag: ‘zo’n 10, voor werk.’ Belangrijkste technische gadgets: iPod, mobieltje, laptop, digitale camera. Gekke digitale gewoonte: elke vakantie gaat de laptop mee voor e-mail en vakantiefoto’s. Met digitale camera’s was ze een early adopter. ‘Mijn eerste kocht ik voor 600 gulden, die had maar 3 megapixels. Nu heb ik al m’n vierde.’ Ze verzamelt alles – trouwfoto’s, proefwerken, lessen – op een usb-stickje. ‘Die mag niet kwijtraken.’ Computer: een laptop van HP. ‘Ik gebruik vooral Office, maar ook internet, ik kijk en brand er filmpjes of muziek op.’ Mobieltje: Samsung c170. ‘Een mooi klein ding. Tijdens het hardlopen gebruik ik de radio. Ik was laat met mobieltjes, pas in 2001, ik wilde niet altijd bereikbaar zijn.’ |
|
DIGITAAL CV
Naam: Hans Pieterson |
Dit artikel verscheen eerder in de VKbanen van week 10 in 2009.
EscenicId: 739583
Academici kunnen via een nieuw opleidingsprogramma van overheid en ...
Bijzondere scholen zijn tegen het plan van de minister Van ...
Van alle 157 duizend leerlingen van groep 8 die dit jaar de Citotoets ...
Voor veel islamitisch studenten zijn de plannen om de ...
De universiteiten overleggen over mogelijke alternatieven voor de ...