
Kleutermeester Maarten Molenkamp (27) wordt er af en toe een beetje moe van. ‘Al zo vaak heb ik het te horen gekregen: goh, een mán bij kleuters! Wat leuk!’ Diepe zucht. ‘Ja. Ik ben een man. Nou en?’
Op de Tweemaster in Nieuwleusen, de school waar Molenkamp sinds ruim vier jaar werkt, ligt het aantal mannen met vijf op achttien leerkrachten ruim boven het landelijk gemiddelde. ‘Bovendien’, zegt Molenkamp, ‘hebben we een vrouwelijke directeur en één overblijfvader. Wat wil je nog meer?’
Hoewel ouders, kinderen en collega’s over het algemeen erg blij waren met ‘eindelijk weer’ een man, kreeg Molenkamp tijdens zijn opleiding ook te maken met vooroordelen. ‘Tijdens m’n stage zei een kleuterjuf dat ik de kinderen beter niet op kon tillen. Ouders zouden wel eens kunnen denken dat ik vreemde neigingen heb. Belachelijk, maar ik liet me er wel door beïnvloeden.’
Ei kwijt
Op de pabo was Molenkamp de enige jongen die zich specialiseerde in de jongste
klassen. ‘Veel jongens denken: ik wil die kinderen wat léren, en kleuters
spelen alleen maar. En ja, er moet er wel eens eentje huilen, er plast er
wel eens eentje in
z’n broek. Het verzorgen, het fysieke contact, spreekt mannen misschien minder
aan. Maar ik voer juist de meest boeiende gesprekken. Bij de kleuters kan ik
m’n ei kwijt.’
Landelijk daalt het aantal mannelijke leerkrachten in het basisonderwijs gestaag: van 27,6 procent in 1999 tot 18,7 procent in 2007. Jammer, vindt Molenkamp. ‘Want het is natuurlijk beter als kinderen met mannen én vrouwen in aanraking komen.’
De verschillen in aanpak zijn niet fundamenteel, maar ze zijn er wel: ‘Ik laat de kinderen wat vrijer dan mijn vrouwelijke collega’s. Als ze in de pauze met een karretje van een heuvel af willen roetsjen, mag dat niet van de juffen. Die vinden dat griezelig. Terwijl ik denk: probeer het maar, het is hartstikke spannend en leerzaam. Een keertje vallen is niet zo erg.’
Feminisering
Er kiezen maar weinig jongens voor de pabo – van de nieuwe leerlingen is 18
procent man – en er staan maar weinig mannen voor de klas. Maar is die
‘feminisering van het basisonderwijs’ eigenlijk erg? Onderwijskundige Gerda
Geerdink, werkzaam aan de hogeschool van Arnhem en Nijmegen, promoveerde op
de voortijdige uitval van jongens op de pabo’s. ‘Jongetjes presteren in het
basisonderwijs niet slechter dan meisjes’, zegt zij. ‘Er is geen enkel
bewijs dat er samenhang is tussen de prestaties van jongens en het
percentage vrouwelijke leerkrachten.’
In het voortgezet onderwijs doen meisjes het volgens Geerdink wel beter – behalve in de laatste jaren van havo en vwo. En in het hoger onderwijs zijn de prestaties van meisjes over de gehele linie beter dan die van jongens. ‘Overigens zonder dat het docentenkorps daar gefeminiseerd is’, zegt Geerdink.
Toch is het mannentekort in het basisonderwijs onwenselijk. ‘Het is pure armoede als er op zo’n belangrijk instituut als de basisschool bijna alleen vrouwen voor de klas staan’, zegt ze. Van de schooldirecteuren is 75 procent man – en ook dat is spijtig, vindt Geerdink. ‘Kinderen krijgen zo een totaal verkeerd beeld van de samenleving: mannen zitten op kantoor, vrouwen zorgen voor de kinderen.’
Niet stoer
Maar ja: jongens wíllen niet naar de pabo. Geerdink weet wel waarom. ‘De pabo
is niet stoer. Het leraarsberoep scoort laag op zaken als ontwikkeling,
salaris, aanzien – dingen die jongens belangrijker vinden dan meisjes.’
Jongens die wél voor de pabo kiezen, doen dat vaak niet omdat ze enorm gemotiveerd zijn. ‘Meisjes willen vaak al hun hele leven juf worden. Bij jongens is de pabo vaak tweede keus. Zij denken: een technische studie kan ik niet, maar de pabo zal wel lukken.’
Pabo-student Freek Siero (22) weet al lang dat hij schoolmeester wil worden. ‘Ik ken alle vooroordelen over het vak en met een aantal ben ik het eens. Een vriend van mij is filiaalmanager bij McDonald’s en verdient net zoveel als een beginnend docent. En het is een vrouwenopleiding, tuurlijk. Maar als je graag leraar wilt worden, moet je daar schijt aan hebben.’
In zijn klas op de Fontys-pabo in Eindhoven zitten vijf jongens en vijfentwintig meisjes. De jongens trekken veel met elkaar op. Zoveel, dat het idee ontstond er een club van te maken – Meester, de eerste studievereniging voor pabojongens. ‘Ik ken jongens die met heel veel motivatie beginnen, maar tussen al die vrouwen een beetje verzuipen. Daar proberen wij een oplossing voor te bieden.’
Pokertoernooien
Dit is een opstartjaar, zegt Siero, een van de oprichters. Er zijn nu
vijfentwintig leden. Vanaf volgend jaar is het de bedoeling dat alle nieuwe
mannelijke studenten lid worden. Siero: ‘Het leukste zou zijn als we straks
één overkoepelende mannenvereniging hebben voor alle Fontys-pabo’s.’
Behalve met het organiseren van pokertoernooien, houdt de club zich ook inhoudelijk bezig met het onderwijs op de pabo. ‘Uit de klas komen veel vragen als: hoe ga ik met dit kind of dat probleem om. De pedagogische kant krijgt veel aandacht, omdat meisjes – en zeker de meisjes op de pabo – dat van nature interessant vinden. Het onderwijs richt zich meer op vrouwen. Maar wij jongens vinden het belangrijker hoe je een écht goeie les kunt geven. We worden opgeleid tot leraar, niet tot pedagoog.’
Volgens onderzoekster Geerdink richt het pabo-onderwijs zich inderdaad op de vraag van de meerderheid. ‘Minderheden – jongens, maar ook allochtonen – vallen minder op en stoppen vaker met de opleiding. Er wordt te weinig gekeken naar hun behoeften en interesses.’ De uitval onder jongens is een stuk hoger dan die onder meisjes: 45 procent stopt na een jaar, bij de meisjes is dat 20 procent. Van de jongens die de pabo wel afmaken en leraar worden, is ruim eenderde na vijf jaar weer uit het onderwijs verdwenen. En van de jongens die overblijven, wordt eenderde directeur of manager.
Kroonprins
Jongens, zegt Geerdink, worden vaak als ‘kroonprins’ benaderd. ‘Ze krijgen het
op een presenteerblaadje aangereikt. Tijdens stages worden ze met open armen
ontvangen, ze halen hogere cijfers voor hetzelfde werk, krijgen soms in het
tweede studiejaar al een baan aangeboden. Alleen hun man-zijn maakt dat ze
enthousiast benaderd worden. Je zou denken dat dit jongens zou motiveren,
maar ze voelen zich juist minder uitgedaagd. Ze vinden de pabo te
vrijblijvend.’
Ad Baggerman (51) werkt al dertig jaar in het basisonderwijs. Vijftien jaar was hij op school de enige mannelijke leerkracht. ‘In het onderwijs benader ik de kinderen anders dan mijn vrouwelijke collega’s. Ik veralgemeniseer, maar ik moet zeggen dat ik lastige kinderen meer ruimte geef. Soms waren mijn vrouwelijke collega’s het niet met me eens. Op die momenten miste ik de steun van mijn eigen sekse. Bovendien was het vervelend dat ik altijd moest opdraven als de videorecorder of het kopieerapparaat stuk was. Gelukkig hebben we nu een conciërge.’
Het imago van het beroep is gekelderd, zegt Baggerman. ‘Misschien komt dat ook omdat er zoveel vrouwen in het onderwijs werken. Als je hoort hoe er over de pabo gepraat wordt. Een plak-en-knip-opleiding, zeggen ze dan. Of dat er zoveel vergaderd wordt, dat is voor jongens misschien onaantrekkelijk. Jongens zijn meer doeners.’
Zeldzaamheid
Kleutermeester Maarten Molenkamp moet er niet aan denken: werken op een school
met uitsluitend vrouwelijke collega’s. ‘Ik heb het tijdens mijn stage wel
eens meegemaakt. Ging het in de lerarenkamer alleen maar over kinderen,
zwanger zijn en bevallen. Dan dacht ik: moet het hier élke pauze over gaan?’
Bij de kleuterklassen is een gelijke man-vrouwverhouding helemáál ver te zoeken: ongeveer 2 procent van de leerkrachten is man. Het door Molenkamp op vriendenwebsite Hyves opgerichte clubje, Kleutermeester, heeft één lid: hijzelf.
De mannelijke kleuterleerkracht is en blijft dus een zeldzaamheid. En dat weet Molenkamp zelf ook. ‘Een overblijfmoeder vroeg een keer aan een van mijn kleuters: hoe heet je juf? Weet je wat dat kindje zei? Mijn juf heet meester Maarten.’
EscenicId: 745557
Academici kunnen via een nieuw opleidingsprogramma van overheid en ...
Bijzondere scholen zijn tegen het plan van de minister Van ...
Van alle 157 duizend leerlingen van groep 8 die dit jaar de Citotoets ...
Voor veel islamitisch studenten zijn de plannen om de ...
De universiteiten overleggen over mogelijke alternatieven voor de ...