
Leraren in Purmerend werken sinds een paar jaar in ‘resultaatverantwoordelijke teams’. Ze mogen zelf beslissen wie wat doet. Over werkdruk klaagt niemand meer.
Werkdruk is niet hetzelfde als uren maken, zegt Ilona Hogenkamp, een jonge lerares Nederlands aan het College voor Beroepsonderwijs in Purmerend. ‘Ik maak evenveel uren als bij mijn vorige baan, bij een school in Amsterdam. Maar hier voel ik helemaal geen druk, en in Amsterdam wel.’
Het grote verschil: in Amsterdam moest ze van alles, kreeg ze opdrachten van de schoolleiding. ‘Ik moest het schoolkamp organiseren. Daar bleek ik vrijwel alleen voor te staan.’
Zo gaat dat op de doorsnee school. Leerkrachten moeten taken verrichten en uiteindelijk is het de schoolleiding die de lakens en de taken uitdeelt. Zo niet in het CvB, een vmbo in Purmerend. Daar bepalen de leerkrachten zelf wat ze doen.
Sinds een paar jaar werken ze er in ‘resultaatverantwoordelijke teams’, en ziedaar: het grote probleem in het voortgezet onderwijs, de werkdruk, verdwijnt als sneeuw voor de zon.
Betrokkenheid
Frits van der Zee, docent voertuigtechniek: ‘Er is veel meer betrokkenheid
tussen de docenten onderling. Je kijkt nu naar elkaars sterke punten. De een
is gek op cijfers, de ander heeft daar juist een hekel aan. Daar hou je
rekening mee.’
Said Alladien, leraar Nederlands: ‘Je hebt nu veel meer succesbelevingen per dag. Omdat je dingen doet waarin je goed bent, en omdat collega’s je dat laten weten. We hebben nu veel waardering voor elkaar, en dat gaat zelfs tot vriendschappen.’ Tom Koer (Engels): ‘Het heeft iets intiems.’ In de lerarenkamer wordt nu minder over voetbal gepraat, en meer over onderwijs en leerlingen.
Idylle
Deze idylle in Purmerend ziet er knap zakelijk uit. Een gewone school voor
beroepsonderwijs, zo te zien, al kunnen de sportvelden er in de lente wel
aantrekkelijker uitzien dan nu met de laatste sneeuw er nog op. Schoolleider
Peter van Gijzel meldt dat op zijn school 440 leerlingen zitten in de
groepen 3 en 4 van het vmbo.
Toen hij schoolleider werd, in 2006, wist hij dat er iets ingrijpends moest gebeuren. ‘Ik hield met alle docenten functioneringsgesprekken. Veel docenten zeiden dat ze dreigden vast te lopen in de klas, dat ze het niet meer aan konden: elke keer weer alleen tegenover die klas. We hebben hier ook leerlingen met PDD-NOS, ADHD, noem maar op, best heftig.’
De oplossing die hij bedacht: ga werken in kleine teams, en laat die zo veel mogelijk zelf besluiten wat ze doen. Het eerste jaar vonden een paar teams die vrijheid te eng, maar na één jaar experimenteren werkt iedereen op die manier.
Deelschooltjes
In feite zette Van Gijzel daarmee twee stappen tegelijk. Hij verkleinde de
schaal van de school door zes teams, eigenlijk deelschooltjes, te creëren:
twee bij techniek, twee bij zorg en welzijn en twee bij economie. Elk team
heeft zijn eigen leerlingen, klaslokalen, lerarenkamer. De tweede stap is
dat de teams zelf de meeste beslissingen nemen. De leraren bepalen onderling
het rooster: wie het schoolfeest organiseert, wie surveilleert, wie mentor
is en wie de cijfers in een lijst zet.
Sindsdien is de tevredenheid met sprongen gestegen. De docenten hebben een veel nauwere band met elkaar omdat ze dicht bij elkaar zijn en elkaar vele malen per dag spreken. Over werkdruk klaagt niemand meer.
Tom Koer (Engels): ‘We hebben een heel laag ziekteverzuim, en als iemand ziek is, hoor je nooit dat het was omdat hij het even niet meer zag zitten.’ Alladien (Nederlands): ‘Vóór de verandering vertrokken er wel dertig leraren. Maar nu ken ik niemand die weg wil. Wel een paar mensen die zijn vertrokken en weer terugwillen.’
Waardering
En als ze 10 procent méér zouden kunnen verdienen bij een andere school?
Monique de Lange, CKV: ‘Dat zou ik niet doen. Het gaat me niet om het geld.
Het gaat erom dat je leuk werk hebt.’ Dat ze een bonus kunnen krijgen tot
700 euro als ze hun doelen halen, dat is iets anders. ‘Dat is een blijk van
waardering’, zeggen de docenten in koor.
Maar lijdt het onderwijs er niet onder? Frits van der Zee: ‘Vorig jaar hadden we bij techniek 100 procent geslaagden.’ Dat schommelde vroeger rond 80, 85 procent. ‘Als ik nu een klas zie die zonder docent zit, dan neem ik die meteen over. En ik weet ook wat ik moet doen, want ik ken die klas. Dat was vroeger niet zo. Voordat je dan vervanging had geregeld, was het lesuur alweer voorbij. En ik verzeker je: een klas op de gang, dat vind ik een drama.’
EscenicId: 758540
Nederlandse universiteiten zijn strenger geworden in het aanstellen van ...
Er is geen reden om te wachten: we moeten het Britse diplomasysteem ook in ...
Studenten komen wederom in actie tegen de plannen in het hoger onderwijs ...
Onderwijsinstelling Amarantis verkeert in grote financiële problemen. De ...
Minister Marja van Bijsterveldt ziet niets in het voorstel van de ...