
Voor de meeste leerlingen is de examenstress eenmalig, voor de leraren komt die elk jaar terug. Ook zij zitten in over tienden van punten.
‘Het is elk jaar weer spannend wat ze ervan bakken, en of ze alles wat je ze hebt proberen bij te brengen ook hebben opgepikt.’ Oot Verharen (58), docent geschiedenis aan het Adriaan Roland Holst College in Hilversum, heeft al tientallen examenweken voorbij zien komen.
Dus: wat nou examenstress? Voor de meeste leerlingen heerst die slechts once in a lifetime. Maar veel middelbare-schooldocenten hebben er hun hele werkende leven mee te maken, elk jaar opnieuw.
Verharen heeft nu maar één klas met 18 vwo-kandidaten. ‘Heel luxe. Niet alleen voor het lesgeven, waarbij het veel makkelijker is iedereen er goed bij te houden. Maar ook bij het nakijken. Veel leerlingen schrijven bij geschiedenis toch gauw twaalf kantjes vol. Dat moet je allemaal lezen en beoordelen.’
Neus op de feiten
Twee keer zelfs. Nadat ze er eerst zelf doorheen is gegaan met het
correctievoorschrift, de officiële leidraad voor de beantwoording,
vergaderen de geschiedenisleraren in de regio over hoe met die nakijkregels
om te gaan. Er zijn altijd wel onduidelijkheden, of er is verschillende
uitleg mogelijk over wat goed is, zeker bij geschiedenis.
Om haar leerlingen met de neus op de feiten te drukken, had Verharen haar leerlingen onlangs een examen van vorig jaar afgenomen en dat streng nagekeken. ‘Af en toe laat ik ze echt even onderuit gaan om het belang te onderstrepen, maar je moet ze ook weer niet ontmoedigen.’
Is de sfeer anders in de lerarenkamer, tijdens de examens? ‘Het is goed te merken’, zegt Verharen. ‘Je hoort het niet over individuele leerlingen te hebben, maar je gaat toch informeren bij je collega’s: hoe heeft die en die dat vak bij jou gedaan? Bijvoorbeeld als je je weet dat hij er niet zo goed voorstaat.’
Extra puntje
Het tekent de betrokkenheid die leraren juist in deze fase van de schooltijd
bij hun leerlingen voelen. ‘Je leeft echt heel erg met ze mee, zeker als je
ook nog mentor bent.’ Die emoties spelen ook weer op bij het nakijken. ‘Bij
sommigen weet je dat tienden van cijfers belangrijk zijn. Dan zit je soms
echt met het correctievoorschrift te kijken: kan ik hier niet toch iets in
het antwoord vinden dat een extra puntje rechtvaardigt?’ Maar het moet er
wel in staan: ‘Ik ga natuurlijk geen onzin goedkeuren.’
Alle stress komt uiteindelijk samen op het moment dat, meestal pas op de dag van de uitslag, de omzettingstabel er is: ‘Dan zie je pas hoe de behaalde punten worden omgerekend in een cijfer: of bijvoorbeeld 60 punten voor de antwoorden leiden tot een 7.3 of een 7.7. Dat kan veel uitmaken.’
Verharen was ‘vrij’ op de dag van haar examen (woensdag 20 mei), maar mooi dat ze er stond, ’s morgens in de examenzaal. ‘Nog even een hart onder de riem steken en hun op het hart drukken de vragen te herhalen in het antwoord.’
Voor het echie
En dan direct die middag met de antwoorden aan de slag. ‘Meteen, ik kan niet
wachten, intussen af en toe woedend mailend met vakbroeders over wat ze nu
toch allemaal weer hebben bedacht, die examenmakers’, zegt ze lachend.
Toch is Verharen een warm voorstander van het Centraal Schriftelijk Eindexamen. ‘Dit is toch voor het echie, en daarmee iets anders dan de schoolexamens die we zelf maken’, zegt ze. ‘Ik vind het ook goed voor mij als leraar dat er een standaard is waaraan ik moet voldoen, die uitdaging ga ik graag aan.’
Al met al een mooie periode, die eindexamens. Na afloop viert het jonge cohort zijn vertrek, en blijft de leraar achter. In augustus wacht een nieuw examenjaar vol nieuwe kandidaten.
De hang-out voor eindexamenkandidaten, van de Volkskrant: vk.nl/examens
EscenicId: 744130
Academici kunnen via een nieuw opleidingsprogramma van overheid en ...
Bijzondere scholen zijn tegen het plan van de minister Van ...
Van alle 157 duizend leerlingen van groep 8 die dit jaar de Citotoets ...
Voor veel islamitisch studenten zijn de plannen om de ...
De universiteiten overleggen over mogelijke alternatieven voor de ...