Waarom komt minister Plasterk van OCW met het idee van een wiki waarop docenten lesmateriaal zetten, aanpassen, aanvullen en commentaar leveren?
Het valt min of meer samen met een initiatief van de VO-raad om alle grotere en kleinere samenwerkingsverbanden op het gebied van leermiddelen die in Nederland bestaan, te bundelen.
Maar waarom zo? Blogger John van Dongen overpeinst.
Natuurlijk speelt het advies van de Onderwijsraad over open leermiddelen een rol, natuurlijk ook omdat de gratis leerboeken voor ouders langzamerhand een feit worden. Maar ook omdat de grote initiatieven, zoals de Onderwijsvernieuwingscoöperatie en Digilessen-VO, en de wat kleinere en aan het globale gezicht onttrokken initiatieven zoals de communities van digischool, de Contentcorner van Kennisnet, etc. een teken aan de wand zijn.
Ook omdat de educatieve uitgeverijen bijna net zo slecht met de paradigma’s van de 21e eeuw en internet omgaan als de muziekmaatschappijen, zoals Sony en Warner Bros, dat doen ten opzichte van de verspreiding van mp3-bestanden.
Zo langzamerhand is het water de straat ingestroomd en heeft zich over een groot deel van het wegennet verspreid, maar het is nog steeds niet over de stoepranden en de drempels van de huizen heengestroomd. Zo langzamerhand komt de hoogte van een dergelijk waterpeil wel degelijk dichtbij en eigenlijk is het een kwestie van tijd, dat het onderwijs overspoeld wordt door en kan putten uit een overmaat aan digitaal bereikbare, doorzoekbare, kwaliteitsrijke, te hergebruiken en aanpasbare, volgens de Creative Commons-licenties beschermde, ‘open’ leermaterialen. Als de educatieve uitgeverijen daaraan meedoen, prima. Als ze dat niet doen: het komt er toch.
Maar zoals ik in de eerste aflevering van deze berichtenreeks reeds schreef: wie zijn die auteurs die daarvoor gaan zorgen?
Zijn dat onderwijsarchitecten, leermateriaalarrangeurs, digitale leermateriaalauteurs, of andere speciaal daarvoor opgeleide functionarissen binnen de scholen? Kunnen ‘gewone’ docenten dat niet? Hebben ze daar tijd voor, ook als ze niet speciaal gefaciliteerd worden? Mogen we dat niet van ze verwachten?
Enerzijds komt het antwoord uit het omgaan met een indeling in leerobjecten en aggregatieniveaus, anderzijds uit een steeds verdergaande professionalisering die iedereen wenst.
Voor wat betreft de begrippen leerobjecten en aggregatieniveaus, zie de Handreiking Kwaliteit digitaal leermateriaal van Kennisnet, pagina’s 4 en 5.
In een volgende aflevering zal ik het bovenstaande verbinden met een idee om alle docenten bij de productie van digitaal leermateriaal en daardoor ook bij het gebruik van het materiaal te betrekken, want wat hebben we aan fantastisch materiaal als het niet gebruikt wordt.
Deze bijdrage werd op 16 december gepost op onderwijsvooruitzichten.nl
|
John van Dongen is senior adviseur educatie en veranderkunde bij de KPC Groep. Hij houdt met anderen een blog op onderwijsvooruitzichten.nl bij waaruit Volkskrant Banen nieuwe interessante berichten post. |
EscenicId: 735008
Academici kunnen via een nieuw opleidingsprogramma van overheid en ...
Bijzondere scholen zijn tegen het plan van de minister Van ...
Van alle 157 duizend leerlingen van groep 8 die dit jaar de Citotoets ...
Voor veel islamitisch studenten zijn de plannen om de ...
De universiteiten overleggen over mogelijke alternatieven voor de ...